Stap 2: Bepaal het niveau van participatie

De tweede stap is dat je het gewenste participatieniveau van het project of beleidsontwikkeling bepaalt. De Utrechtse Participatiestandaard onderscheidt vier niveaus van participatie: informeren, raadplegen, adviseren en co-produceren. Met behulp van de Participatiewizard kun je het globale participatieniveau voor het hele project bepalen. Daarna zoom je in op de verschillende actoren. In welke fase wil je welke actor op welk participatieniveau uitnodigen en betrekken?

Vier participatieniveaus

  1. Informeren
    De gemeente bepaalt zelf de agenda voor besluitvorming en houdt betrokkenen op de hoogte. Betrokkenen hebben geen inbreng. Hun rol is toehoorder. Feitelijk is dit geen participatie. Plannen worden door de gemeente opgesteld zonder dat belanghebbenden invloed hebben. Zij worden wel geïnformeerd, bijvoorbeeld door een wijkbericht, een informatieavond of een website.
     
  2. Raadplegen
    De gemeente bepaalt zelf de agenda, maar ziet betrokkenen als gesprekspartners bij ontwikkeling van beleid. Meningen, ervaringen en ideeën worden geïnventariseerd, maar zijn voor de gemeente niet bindend. De rol van de participant is geconsulteerde. Plannen worden door de gemeente opgesteld en voorgelegd aan belanghebbenden. De reacties van belanghebbenden worden meegenomen in het vervolgproces.
     
  3. Adviseren
    De gemeente bepaalt de agenda, maar betrokkenen kunnen problemen en oplossingen aandragen. Deze ideeën spelen een volwaardige rol bij het ontwikkelen van beleid. De gemeente verbindt zich in principe aan de resultaten, maar kan bij de uiteindelijke besluitvorming hiervan beargumenteerd afwijken. De rol van de participant is adviseur. De betrokken partijen kunnen ook zelf met een voorstel komen. Dit hoeft niet aan te sluiten op een plan van de gemeente of ontwikkelaar. De wijkraad heeft bijvoorbeeld altijd de bevoegdheid om zowel gevraagd als ongevraagd te adviseren.
     
  4. Co-produceren
    Gemeente en betrokkenen bepalen samen de agenda en zoeken samen naar oplossingen. De gemeente verbindt zich aan deze oplossingen in de besluitvorming. De rol van de participant is samenwerkingspartner. De betrokkenen zitten zelf aan tafel om over uitgangspunten, een plan of ontwerp mee te denken. Vaak al in een vroeg stadium om ook het proces mede vorm te geven. Dit heet een open plan proces.

De wijkraad heeft de bevoegdheid om zowel gevraagd als ongevraagd het college te adviseren. Daarnaast kunnen voor de wijkraad ook de andere niveaus van participatie gelden. Bepaal in overleg met de wijkraad (via het wijkbureau) en het college van burgemeester en wethouders of en wanneer de wijkraad om advies wordt gevraagd.
 
Globaal niveau van participatie
Gebruik de Participatiewizard om het globale participatieniveau van het project te bepalen. Door de vragen concreet te vertalen naar je project of beleidsontwikkeling en deze vervolgens stapsgewijs te doorlopen, krijg je een globaal advies voor alle actoren tezamen. Voor iedereen is zo te herleiden waarom je voor welk niveau hebt gekozen.

'Ringen van invloed' in werksessie
Nadat je het globale participatieniveau van het project hebt bepaald, ga je preciezer bepalen welke actor je wanneer en op welk participatieniveau wilt uitnodigen en betrekken. Een methode om dit in kaart te brengen, is de 'Ringen van invloed'. Je deelt dan eerst de actoren in op hun rol bij het project ('beslisser', 'beïnvloeder', 'gebruiker' of 'uitvoerder') en daarna bepaal je op welk participatieniveau je elke actor zou willen betrekken. De informatie uit de krachtenveldanalyse gebruik je hierbij.
 
Het Communicatiebureau van de gemeente Utrecht kan je helpen bij het bepalen van de gewenste participatieniveaus voor de verschillende actoren. Zij hebben een pool van medewerkers die getraind zijn om de 'Ringen van invloed' in een werksessie te faciliteren. Op de intranetsite van het Communicatiebureau van de gemeente Utrecht vind je meer informatie. Of neem contact op met het communicatieteam van je dienst.